Commissie Beheer en Onderhoud


Commissie beheer en onderhoud:
Coördinator/voorzitter


                           
  Functie: Coördinatie onderhoud

  Naam: Hay Linders

  Geboortejaar: 1952

  Woonplaats: Oostrum 

  Taken: Algehele leiding


Bekijken wat er aan onderhoud moet worden gedaan en mensen hiervoor bij elkaar roepen
Hay Linders 



Nader in te
vullen


De taken van de commissie beheer en onderhoud:
- Het organiseren van het onderhoud aan het groen rond de vijvers
- het organiseren van het onderhoud aan de vaste visplaatsen.
- Erop toezien dat gebouwen en materialen worden onderhouden. 


Beheer en onderhoud van onze vijvers: 

Een zo groot vijvercomplex vergt natuurlijk veel onderhoud. Gelukkig kan het Alvertje gebruik maken van de diensten van een aantal vrijwilligers, waarvan sommigen bijna dag en nacht bezig zijn om alles rondom de vijver in goede banen te leiden. Ik denk hierbij aan de mensen die het dagelijkse onderhoud voor hun rekening nemen en de mensen die zorgen voor de controle. Verder is er een groep mensen waarop een beroep kan worden gedaan voor groot onderhoud aan vijver en beplanting.
Alles wat er gedaan moet worden staat beschreven in een BEHEERSPLAN. In de Visserijwet van 1963 wordt de verantwoordelijkheid voor het visstandbeheer neergelegd bij de visrechthebbende; de eigenaren of huurders van visrechten. Voor de visvijver het Wanssums Ven is dat hengelsportvereniging het Alvertje. Hieronder vindt u het integrale beheersplan uit 1998.

Bovendien is de beheerder verplicht om elk jaar een aanvulling op het beheersplan te maken. Klik hier als u die aanvullingen wil bekijken. 

Beheersplan visvijver "Het Wanssums Ven " 

De Inhoudsopgave
                                                                                  




1 Inleiding     
                                                            

2 Uitgangspunten en de Hoofddoelstellinge

3 Beschrijving van het plangebied
3.1 Gebiedsbeschrijving
3.2 Het visrecht

4 Beleid, Plannen en Belangen

5. Inventarisatie van de huidige situatie
5.1 Sportvisserijgebruik
5.2 Profiel van de sportvisser
5.3 Hengelvangsten en visstanden
5.4 Wensen en klachten
5.5 Milieu van het viswater
5.6 Typering van het milieu (planten)
5.7 Typering van het milieu(waterkwaliteit)
5.8 Waterkwaliteit en planten
5.9 Draagkracht van het viswater
5.10 Visstand
5.11 Beperkende factoren voor de visstand
5.12 Het gevoerde visstandbeleid
5.13 Blauwalgen

6 De gewenste toekomstige situatie van 'Het Wanssums Ven en de knelpunten
6.1 Het streefbeeld
6.2 De knelpunten

7 Maatregelen

8 Visserijkundig onderzoek van november 1997 als reactie op de maatregelen.

9 Het Terrein 'het Wanssums Ven'
Aanvullingen op het beheerplan
Aanvulling op het beheerplan 1999.
Aanvulling op het beheerplan 2000.
Aanvulling op het beheerplan 2002.
Aanvulling op het beheerplan 2003.

1 Inleiding:
Het voorliggende visstandbeheersplan ver-woordt de visie van de hengelsportvereniging "het Alvertje" als eigenaar en visrecht-hebbende, op het te voeren visstandbeheer in de visvijver "het Wanssums Ven". Het primaire doel van het visstandbeheer is daarbij het behoud en het verbeteren van de visstand en het bevorderen van de sportvisserij in het bijzonder door middel van een aantal activiteiten en maatregelen. Een planmatige aanpak - verwoord in een beheersplan - is daarbij onontbeerlijk.De wettelijke grondslag voor het beheer van de

visstanden in de Nederlandse binnenwateren is vastgelegd in de Visserijwet van 1963. In deze wet wordt de verantwoordelijkheid voor het visstandbeheer neergelegd bij de visrechthebbende; de eigenaren of huurders van visrechten. Voor de visvijver "het Wanssums Ven" is dat de hengelsportvereniging "het Alvertje".
Bij het opstellen van het plan is rekening gehouden met het geldende en het toekomstige beleid ten aanzien van het waterbeheer, ruimtelijke ordening (de toekomstige uitbreiding) en natuur en milieu. In het plan staat, naast duurzaam sportvisserijgebruik, de zorg centraal voor een goede en gezonde duurzame visstand.
Het visstandbeheersplan is opgesteld door de commissie Algemeen en Visstandbeheer van "het Alvertje" is samenwerking met de commissie Water en Visstandbeheer van de federatie "de Vriendschap" Noord-Limburg en aangeboden aan het bestuur van de vereniging.
Naar inhoudsopgave.

2. Uitgangspunten en hoofddoelstellingen.

De primaire doelstelling van het visstandbeheer is het optimaliseren van de visstand door middel van activiteiten en maatregelen, daarbij rekening houdend met de ecologische mogelijkheden van het water en de wensen van de leden van de vereniging.
Het doel van het visstandbeheersplan is meerledig. Enerzijds geeft het plan een beschrijving van de doelstelling; het beleid en de visie van de te ondernemen activiteiten van het beheerplan.
Anderzijds is het beheerplan een middel om aan de leden en anderen een inzicht te geven in het te voeren visstandbeheer en hierover informatie te verschaffen.
Het in een plan vastleggen van het ten aanzien van de visstand in het bijzonder en van de sportvisserij in het algemeen te voeren beheer, maakt een gestructureerde uitvoering ervan mogelijk. Daarnaast kan evaluatie van de genomen beheeractiviteiten meer gericht plaats vinden. Bovendien ontstaat de mogelijkheid om activiteiten van anderen, die raken aan de doelstelling of de uitvoering van het visstandbeheer of de visstand in het bijzonder, tijdig te signaleren en daar zonodig op te reageren.
In het voorliggende plan hanteert "het Alvertje" ten aanzien van het visstandbeheer voor de planperiode de volgende uitgangspunten:
- Op grond van de visserijwet 1963 is "het Alvertje" verantwoordelijk voor het visstandbeheer in de visvijver "het Wanssums Ven".
- Als eigenaar en visrechthebbende van de visvijver "het Wanssums Ven" met aanhorigheden zal "het Alvertje" in het door haar te voeren beleid van visstandbeheer rekening houden, voor zover deze inpasbaar zijn met overige functies die aan de visvijver en het terrein" Het Wanssums Ven" zijn toegekend.
Op basis van de bovenstaande uitgangspunten kan een doelstelling worden geformuleerd die de visie van "het Alvertje" niet alleen voor de planperiode, maar ook voor de langere termijn op het door hun te voeren visstandbeheer verwoord.

Hoofddoelstelling:

De visstand en het sportvisgebruik van de visvijver "het Wanssums Ven" dient op termijn te leiden tot een situatie waarbij gesproken kan worden van een gezonde visstand, die voldoet aan de wensen van de leden en waarbij een duurzaam gebruik en afstemming met de overige functies gegarandeerd is.
Naar inhoudsopgave.
3. Beschrijving van het plangebied.

3.1 Gebiedsbeschrijving:
Visvijver "het Wanssums Ven" is gelegen buiten de bebouwde kom van Oostrum, aan de Wanssumseweg in de gemeente Venray
De vijver is gegraven voor de zandwinning met het speciale doel voor de hengelsport.
De lengte van het water is 470 meter. De breedte is gemiddeld 105 meter. De gemiddelde diepte is 4 meter. De wateroppervlakte is 5 ha en de totale terreinoppervlakte van “het Wanssums Ven”, is 10.40 ha.
"Het Wanssums Ven" is gemakkelijk bereikbaar vanaf de Wanssumseweg. Door de mooie ligging heeft het terrein met de vijver naast de belangrijke functie van visvijver ook zijn uitstraling als wandelgebied en picknickplaats. 
                                                                                           

De oevers van de visvijvers zijn voorzien van 100 vaste
visplaatsen voor de sportvissers en 12 visplaatsen met voorzieningen voor de minder valide sportvissers. Er is een wandelpad op een afstand van 5 meter van de oevers van de vijver rond het gehele gebied.
Ook is er een goede grote schuilgelegenheid met een toilet voor de minder valide sportvisser. Parkeergelegenheid voor 50 plaatsen en 5 plaatsen voor de minder valide visser.
De visvijver "het Wanssums Ven" is in het bezit van het internationaal toegangkelijkheids symbool. ( I T S schildje)
Het water van de visvijver is afkomstig uit grond en regenwater en vormt een afgesloten eenheid. De omliggende 
gronden zijn landbouwgronden en een bosgebied.
3.2 Het Visrecht:
Het terrein "het Wanssums Ven" van 10.40 ha met daarin een vijver van 1 ha is door "het Alvertje" gekocht van de gemeente Venray in 1989. "Het Alvertje" heeft de uitbreiding van vijver gerealiseerd tot 5 ha in 1993. "Het Alvertje" heeft als eigenaar het volledige visrecht. De vereniging is aangesloten bij de hengelsportfederatie "de Vriendschap" Noord-Limburg.
"Het Alvertje" heeft 900 seniorleden en 300 juniorleden.
Het viswater is niet vrij voor een hengel, beaasd met de door de minister aangewezen aassoorten.(artikel 21, lid 2, onder c van de Visserijwet).
Hierdoor mogen uitsluitend de leden van de vereniging en de houders van dag en weekvergunningen in de vijvers vissen.
"Het Alvertje" heeft een contract met de hengelsportvereniging "De Roerdomp" in de gemeente Venray, dat de leden van deze vereniging ook in de visvijver "het Wanssums Ven" mogen vissen.
Opmerking 2017: Dit contract is al een aantal jaren niet meer geldig.
Naar inhoudsopgave.
4 Beleid, plannen en belangen.
In dit hoofdstuk is geïnventariseerd welk beleid en welke plannen voor de visvijvers "het Wanssums Ven" actueel zijn. Tevens wordt nagegaan of er andere belangen of gebruikfuncties een rol spelen voor het terrein en het viswater.
Ten aanzien van het waterbeheer is voor de visvijver het provinciale waterhuishoudingsplan van de provincie Limburg en het integrale waterbeheersplan Peel en Maasvallei (opgesteld door de waterbeheerders) van direct belang. Deze plannen zijn richtinggevend voor het water en natuurbeheer op regionaal en lokaal niveau.
Tevens zijn deze plannen afgestemd op de provinciale beleidsplannen op het gebied van de waterhuishouding, ruimtelijke ordening, natuur en landschap en de gemeentelijke plannen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu.
Voor wat betreft de visvijvers "het Wanssums Ven" is het zuiveringschap Limburg te Roermond verantwoordelijk voor het waterkwaliteitsbeheer. Het waterkwantiteitsbeheer wordt uitgevoerd door het waterschap Peel en Maasvallei te Venlo.
In het integrale waterbeheerplan Peel en Maasvallei 1997-2000 is gesteld dat voor het "het Wanssums Ven" de functie van hengelsportwater is toegekend.
Het water moet kwalitatief aan de grenswaarde "milieukwaliteitsdoelstellingen bodem en water"" voldoen.
Wat betreft de planvorming voor de ruimtelijke ordening valt de visvijver onder de bestemming, recreatieve voorzieningen van de gemeente Venray met als bestemming hengelsportwater en wandelgebied.
Naast de sportvisserij zijn er geen anderen die gebruik maken van het viswater. Wel is het terrein toegankelijk als wandelgebied. 

Naar inhoudsopgave. 

5 Inventarisatie van de huidige situatie.
Met behulp van de gegevens die zijn verzameld met het uitvoeren van een veldenquête, hengelvangstregistratie, controlerapporten, milieu-inventarisatie en een visserijkundig onderzoek, is in dit hoofdstuk de huidige situatie van het sportvisgebruik, het milieu van het viswater en de visstand beschreven.
5.1 Sportvisserijgebruik
De veldenquête over het sportvisgebruik is in de maanden mei, juni, juli gehouden. Dit om een indruk te krijgen van het gebruik van het viswater en de mate waarin de hengelaars tevreden zijn.
Daarbij gaat het vooral om;
1 de herkomst van de sportvissers,
2 de bezoekfrequentie en de gemiddelde verblijfstijd,
3 de vismethode,
4 de favoriete vissoorten,
5 de vangsten,
6 het meenemen van de gevangen vissoorten,
7 het oordeel over het viswater en de visstand,
8 de eventuele klachten en wensen van de sportvisser.

De gehouden hengelvangstregistratie zorgt bovendien nog voor aanvullende informatie over de hengelvangsten.
In de veldenquête zijn over bovengenoemde kenmerken van het sportvisserijgebruik vragen gesteld . Na afloop van de enquêteperiode zijn de resultaten van alle gehouden enquêtes overzichtelijk samengevat.
Met behulp van de samengevatte gegevens is in de hierna volgende paragraaf het onderdeel over het sportvisserijgebruik in het beheersplan geschreven.
Het aantal geënquêteerde sportvissers was 51 en wordt als voldoende beoordeeld om een representatief beeld van het huidige gebruik van de visvijver te beschrijven.

5.2 Profiel van de sportvisser
De sportvissers die de visvijver bezoeken zijn afkomstig uit de gemeente Venray 60%, Meerlo-Wanssum 10%, de regio Noord Limburg en Brabant 15% en binnen een straal van 100 km 15%. De leeftijdsgroepen variëren van 10 tot 70 jaar.
Over het algemeen zijn 25% vrij regelmatige bezoekers van het viswater. Men bezoekt het viswater vanaf maart tot november waarbij de zomermaanden de meeste bezoekers tellen.
De keuze om de visvijver '”het Wanssums Ven” te bezoeken als visstek is: de prachtige omgeving van het viswater met het omliggende terrein en natuurschoon, de visstand voor de karpervissers en voor 52% de ligging.
De gemiddelde verblijfstijd van de sportvisser aan de visvijver is 5 uur. 55% vist met de vaste hengel en 45% met de werphengel .
5.3 Hengelvangsten en visstand
De favoriete vissoorten van de sportvissers voor de visvijver zijn blankvoorn 65% en winde 25% en karper 10% . De meest gevangen vissoort is blankvoorn 77%, in mindere mate ook de winde 6%, brasem 8%, baars 3%, kolblei 2%, zeelt 2% en de karper 2 %. Van de sportvissers is 85% tevreden over de vangsten in de vijver.
5.4 Wensen en Klachten
De visstand van de visvijver "het Wanssums Ven" wordt door 85% van de sportvissers redelijk tot goed en door 15% als matig tot minder goed beoordeeld.
Volgens de sportvissers moet een verbetering van de visstand leiden tot het vangen van grotere vis (25 %), meer vis (5%) en andere soorten (10%).
De klacht die het meest over het viswater en de visstand worden geuit is de aanwezigheid van aalscholvers. Het merendeel der bezoekers heeft echter geen klachten.
De sportvissers blijken zeer tevreden over de omgeving en de accommodaties.

5.4a Op welk gedeelte van de dag gaat de sportvisser het meest vissen?
Ochtend 23 %
Middag 30 %
Avond 10 %
Nacht 10 %
5.4b In welk seizoen gaat de sportvisser er op uit om te vissen?
Voorjaar 32 %
Zomer 38 %
Najaar 14 %
Het gehele jaar 16 %

5.5. Milieu van het Viswater
Om meer te weten te komen over de milieuomstandigheden van de visvijver is een milieu-inventarisatie noodzakelijk.
Het doel van de milieu-inventarisatie in het planmatige visstandbeheer is te komen tot een omschrijving van type viswater. Door op deze wijze het viswater te karakteriseren kunnen de mogelijkheden voor de levensgemeenschap cq. de visstand worden omschreven. Bovendien kan op basis van de plaatselijke milieuomstandigheden een indruk worden verkregen welke kenmerkende visstand aanwezig zal zijn. Daarnaast kan door regelmatige metingen van de plaatselijke milieu-omstandigheden de kwaliteit van het viswater beter in de gaten worden gehouden.

5.6 Typering van het milieu (planten)
De hoeveelheid en soorten waterplanten zijn in belangrijke mate bepalend om te komen tot een typering van het viswater en de visgemeenschap. Vandaar dat een inventarisatie van de hoeveelheid en soorten planten is gemaakt.
De aanwezige waterplanten zijn:
Gele lis Veenwortel Riet
Waterlelie Gele plomp Liesgras
Mattenbies Kleine Lisdodde Pitrus
Zegge Tandzaad
Uit de bestandsopname van waterplanten is gebleken dat er op de visvijver te weinig onderwaterplanten aanwezig zijn, voldoende bovenwaterplanten en voldoende drijfblad.
De bedekking met onderwaterplanten is minder dan 1 %. Van de bovenwaterplanten is de gehele oeverlengte begroeid voor 90 %. Drijfbladplanten beslaan 1.5 % van de wateroppervlakte.
De ontwikkeling en instandhouding van onderwaterplanten is een knelpunt voor een duurzame gezonde en gevarieerde visstand als voor de uitoefening van de hengelsport.
5.7 Typering van het milieu (waterkwaliteit)
Milieugegevens van de visvijver zoals zuurstofgehalte, temperatuur en zichtdiepte geeft de visstandbeheerder informatie waarop hij zijn beheer van het water op kan baseren. Deze gegevens heeft het Alvertje al verzameld vanaf 1981.

Een zuurstofverzadiging ver beneden de 80 % kan wijzen op een sterke biologische afbraak (van bodemmateriaal), een verzadiging boven de 120 % duidt veelal op algenbloei.

Uit voorgaande gegevens over de waterplantengroei en de gemiddelde zichtdiepte en uit het diepteverloop van het water, kan worden afgeleid dat het viswater voor wat de milieukenmerken betreft behoort tot het zeelt-snoektype.
De huidige begroeiing van de totale wateroppervlakte geeft een direct gevolg voor de zichtdiepte van het water. De taludhelling van de visvijver is 1:3 en geeft voldoende mogelijkheden voor de bovenwaterplanten om zich te ontwikkelen. De oevers zijn niet beschoeid en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van de bovenwaterplanten.
De begroeiing langs de oevers met struiken en enkele knotwilgen en de daaruit voortvloeiende beschaduwing van het wateroppervlak is zodanig, dat dit geen knelpunt vormt voor de ontwikkeling van de waterplanten in de oeverzone.
Op de oevers en de bodem van de visvijver is een laag van 10 cm teelaarde aangebracht. De ondergrond van de oevers en de bodem is zand met grint.
5.8 Waterkwaliteit en waterkwantiteit
De waterkwaliteit van de visvijver "het Wanssums Ven" is goed te noemen. Dat is waar te nemen uit de overzichten van de bemonsteringen. De omliggende gronden worden tot op heden alleen bemest met kunstmest en beïnvloeden nu nog niet de eutrofiëring van het viswater.

Voor wat betreft de waterkwantiteit is het optreden van de waterpeilverschillen van 130 centimeter tussen zomer en winterpeil een belangrijk knelpunt. De belangrijkste oorzaak hiervan is, dat in de omgeving van het terrein en de visvijver veel water wordt opgepompt voor de besproeiing van de landbouwgronden.
5.9. Draagkracht van het water
Onder de draagkracht van een water wordt verstaan de maximale hoeveelheid vis(uitgedrukt in kilogrammen) die afhankelijk van de heersende milieuomstandigheden bij een goede conditie van de kenmerkende vissoorten in het water van de visvijver "het Wanssums Ven" kan voorkomen.
Gezien de huidige situatie van het viswater dat in het voorgaande is getypeerd als zeelt-snoektype met een bodem van 10 cm teelaarde is er voldoende voedselruimte voor 450 kg vis per ha.
De vruchtbaarheid van het water en de waterbodem bieden voldoende voedsel voor de karper, zeelt en brasem. De onderwaterbeplanting is niet voldoende waardoor de vangst van voorn en ruisvoorn minder goed is. Er moet meer evenwicht komen in de waterplantengroei.

5.10 Visstand
Om de visstand in de visvijver "het Wanssums Ven" te kunnen beoordelen is er op 9 maart 1996 een visserijkundig onderzoek gedaan met de zegen. Met dit onderzoek hoopte men duidelijkheid te krijgen in de visstand.
Het onderzoek is uitgevoerd met een zegen van 65 meter lengte en een gestrekte maaswijdte van 25 mm. Er zijn 5 zegentrekken gedaan met als resultaat 15 blankvoorns tot 12 cm, 1 ruisvoorn en 9 brasems en 1 snoek.
Alleen de vissen van de eerste en de tweede zegentrek zijn gemeten en gewogen.
Het uitgevoerde onderzoek geeft aan dat er een te lage visstand is op "het Wanssums Ven".
Ondanks dat het visserijkundig onderzoek niet het gewenst optimale resultaat heeft laten zien van de visstand, heeft het bestuur van het Alvertje toch maatregelen genomen voor verbetering van de visstand.
5.11 Beperkende factoren voor de visstand
Behalve sturende milieufactoren die gebruikt zijn voor de viswatertypering van de visvijver "het Wanssums Ven" zijn er nog diverse andere factoren die van invloed zijn en mede sturing geven aan de aanwezige visstand. Uit de door de vereniging verzamelde gegevens van de laatste jaren is gebleken dat de volgende factoren beperkend zijn voor de visstand in de visvijver.
1 De aanleg in 1993 van het nieuwe gedeelte van de huidige visvijver
2 De nieuwe beplanting van de waterplanten in 1994-1995 tot ontwikkeling zijn gekomen
3 Het optreden van de grote waterpeilverschillen door de droogte en het oppompen van het water voor de omliggende landbouwgronden, vooral gedurende de zomermaanden. Hierdoor staan diverse soorten waterplanten niet in het water.
4 Mogelijk kan een te grote algenbloei ook een oorzaak zijn.



5.12 Het gevoerde visstandbeleid 

Hengelvangstregistratie
Door het bestuur van het Alvertje is aan een aantal leden gevraagd om in een boekje hun vangsten te noteren. Vanaf 1992 is dat door een aantal leden gedaan.
Controlerapporten.
Bij de controle is het belangrijk om te weten of de sportvissers zich ook aan de spelregels van de vissport houden. Het is ook tevens een middel om te weten te komen hoeveel sportvissers er gebruik maken van de wateren waar de vereniging de visrechten op heeft of op machtiging of contractuele overeenkomst mogen vissen .
5.13 Blauwalgen
Sinds 1994 drijven in de visvijver in bepaalde periodes veel resten van blauwalgen. Dat is een minder prettig gezicht en bij het vissen heeft de sportvisser daar op diverse plaatsen in de vijver veel last van.
Het bestuur van het Alvertje heeft er alles aan gedaan om te weten te komen wat daar de oorzaak van kan zijn. Er is contact opgenomen met de commissie Water en Visstandbeheer van de federatie "De Vriendschap Noord Limburg" en met de N.V.V.S. in Amersfoort en het Waterzuiveringschap Limburg.
Uitsluitsel over de oorzaak en de gevolgen van de blauwalgen hebben wij niet gekregen. Men is nog steeds bezig om de oorzaak op te sporen en wat de verdere gevolgen eventueel kunnen zijn voor de visstand en de hengelvangst.
De commissie van de federatie zal in overleg met Marco Kraal van de N.V.V.S. het onderzoek nog voortzetten. Van het Zuiveringschap Limburg hebben wij op 24 juli een analyserapport "waterkwaliteit Wanssums Ven" ontvangen.
Naar inhoudsopgave.
6. De gewenste toekomstige situatie van "het Wanssums Ven" en de knelpunten.
6.1 Het streefbeeld
De visvijver "het Wanssums Ven" behoort tot het snoek-blankvoorntype. Het streven is er naar om de mogelijkheden te creëren in dit watertype een evenwichtige en gevarieerde visstand te bereiken, bestaande uit blankvoorn, ruisvoorn, snoek en karper als belangrijkste vissoorten met baars, zeelt, brasem en winde als begeleidende vissoorten. Met uitzondering van de winde moet de populatieopbouw van elke vissoort evenwichtig zijn zodat iedere jaarklasse van de voornaamste vissoorten voldoende aanwezig kunnen zijn.
Ten aanzien van het sportvisserijgebruik is er op de visvijver sprake van een duurzame visserij met optimale vismogelijkheden, (vaste visplaatsen) die afgestemd zijn op de behoefte van de leden. Controle en regelgeving houden het visserijgebeuren in goede banen.
6.2 Knelpunten
Ten aanzien van de streefbeelden voor het viswater zijn er een aantal knelpunten te overwinnen.
* Met betrekking tot de inrichting van de vijver moeten wij constateren dat er te weinig onderwaterplanten in de vijver aanwezig zijn.
* Ten aanzien van de visstand kunnen wij opmerken dat er niet voldoende blankvoorn aanwezig is in de lengteklasse van 5 t/m 9 cm, van 20 t/m 24cm en van 25 t/m 30 cm .
* Ten aanzien van het waterbeheer kan het sterk wisselende waterpeil tussen de zomer en wintermaanden en het soms zeer lage zomerpeil als knelpunt worden aangemerkt.
* Ten aanzien van de visstand is het onvoldoende kennis hebben van de werkelijke visstand in de visvijver een knelpunt.
* Ten aanzien van het sportvisserijgebruik kunnen de minder goede hengelvangsten als knelpunt worden aangemerkt.
Naar inhoudsopgave.
7. Maatregelen.

Om de voor het beheer van het viswater omschreven streefbeelden te bereiken, tevens voor de verdere inrichting van de vijver, wordt in dit planonderdeel naar aanleiding van hiervoor omschreven knelpunten, beheersmaatregelen genomen die naar het gewenste resultaat van een goede visvijver moeten leiden.
Op 26 maart 1997 heeft een delegatie van de commissie algemeen en visstandbeheer van het Alvertje met een delegatie van de commissie Water en Visstandbeheer van de federatie "de Vriendschap" Noord Limburg over de hierboven omschreven problematiek van visstand, waterbeheer en de inrichting van "het Wanssums Ven" gesproken.
Voor 1997 staat het volgende op de rol:
* Het houden van een veldenquête
* Biologische rapportage die bestaat uit de volgende onderdelen;
a Jan Jeuken zal met zijn apparatuur een onderzoek doen naar de kwaliteit van het slib van de bodem. Een uitgebreid bodemonderzoek is niet noodzakelijk, gezien de karper, de brasem en de zeelt in goede conditie zijn.
b Gezien het ontbreken van bepaalde lengtematen van de blankvoorn is men van oordeel dat er te weinig onderwaterplanten aanwezig zijn. De commissie algemeen en visstand van de vereniging zal voor onderwaterbeplanting zorg dragen.
c Alle plantensoorten van de visvijver in kaart brengen in % van de aanwezige planten.
d Het waterpeil controleren en in grafieken brengen.
e De resultaten van de waterbemonstering goed bijhouden.
f Het houden van een uitgebreide hengelvangstregistratie.
g Controlerapporten waarop ook de hengeldruk wordt bijgehouden.
h Visstand controleren en bijhouden voor zover mogelijk.
Afgesproken is dat er geen pootvis meer uitgezet zal worden tot november 1998 als de visvangst in 1997 redelijk goed is. Dan in november 1998 een visserijkundig onderzoek doen.

Naar inhoudsopgave.

8. Het visserijkundig onderzoek van november 1997 als reactie op te nemen maatregelen.


Op 8 november 1997 heeft een visserijkundig onderzoek plaats gevonden in de visvijver "het Wanssums Ven" als nader onderzoek naar de visstand in de vijver.
Hierbij is de soortensamenstelling, de lengteopbouw, de groei en de conditie van de gevangen vis vastgesteld.
De visstandbemonstering is uitgevoerd met een zegen van 65 meter lang en een gestrekte maaswijdte van 25 mm in de zegenzak. Hiermee zijn drie zegentrekken uitgevoerd, 2 zegetrekken in het nieuwe gedeelte en 1 in de oude vijver.
Tijdens dit onderzoek is tevens met behulp van een elektro-visapparaat een gedeelte van de oeverzone afgevist.
Beide eilanden zijn elektrisch afgevist.
Het kanaal tussen de oude en de nieuwe vijver is afgevist.
Een gedeelte van de oever van de oude vijver is afgevist.


De vangst. 

In totaal zijn 11 vissoorten gevangen.
Het aantal gevangen vis bedroeg 736 stuks met een totaalgewicht van 98784 gram.
De populatie opbouw is in een overzicht verwerkt. (aantal per lengteklasse)
De lengte-leeftijd (groeibeoordeling) van: baars, blankvoorn, brasem, karper en ruisvoorn zijn weergegeven in de grafiek van de groeibeoordeling.
Het lengte-gewicht( conditiebeoordeling) van blankvoorn, brasem, karper, snoek en zeelt zijn weergegeven in de grafiek conditiebeoordeling.
Er is een overzicht van de gewichtsverhoudingen in % aangegeven van de diverse vissoorten.

Samenvatting van de visstand.

Baars
De baars vangst bestond uit 3 % van de totale vangst. De groei van de baars is goed.

Blankvoorn.
De blankvoornvangst bestond uit 7 % van de totale vangst in gewicht. De groei en de conditie zijn goed te noemen. De lengteklasse 11-12 en 13 cm ontbreken in zijn geheel.
Brasem.
De brasemvangst bestond uit 35 % van de totale vangst in gewicht. De conditie van de brasem is goed. Bij de groeicurve valt op dat de kleine brasem langzaam groeit en de grote brasem boven de norm uitkomst.
Karper.
De karpervangst bedraagt 35 % van de totale vangst in gewicht. De conditie van de karper is net iets boven de OVB norm. De groei is nog goed.
Snoek.
De snoekstand bedraagt 13 % van de totale vangst in gewicht. De conditie van de snoek is goed.
Ruisvoorn.
De ruisvoorn vangst is 1 % van de totale vangst in gewicht. Opmerkelijk is dat er geen ruisvoorn onder de 12 cm zijn gevangen.
Conclusie.
De groei en de conditie van de vissen zijn over het algemeen goed te noemen. De wat grotere exemplaren blijven in conditie iets achter op de norm.
In de populatieopbouw vallen hier en daar wat jaarklassen weg, vooral de jonge exemplaren van de meeste soorten ontbreken.
Bij de brasem missen wij de lengtes tussen de 28 en 44 cm.
De totale vangst is niet al te hoog te noemen.
Een oorzaak van het ontbreken van de jonge jaarklasse zou kunnen zijn het ontbreken van voldoende onderwaterplanten en paaimogelijkheden, schuilgelegenheid, voedselaanbod.
Om dit te verbeteren kunnen er onderwaterplanten worden aangeplant.
Ook de aanwezigheid van aalscholvers en waterhoentjes kan een reden zijn van het ontbreken van de jonge jaarklasse. Daarom meedoen aan het aalscholverproject van de N.V.V.S.
Naar inhoudsopgave.
9. Het terrein "het Wanssums Ven".

Het Wanssums Ven is niet alleen een visvijver met goede accommodaties maar omvat ook een bos van 5.4 ha, een ruime parkeerplaats en een goede schuilgelegenheid met toilet. Ook zijn er 100 vaste visplaatsen waarvan enkele voorzieningen voor de minder valide sportvisser.
Dat vraagt onderhoud en daarvoor is ook een werkplan gemaakt. Het waterpeil is aan grote schommeling onderhevig zodat de visplaatsen te ver van de oever van het water komen te liggen. Daarvoor is een oplossing gevonden door er een tweede vaste visstek aan te leggen voor de vaste visplaatsen. Het houtgewas moet ook regelmatig worden uitgedund. Voor het normale onderhoud van het gras tussen looppad en oever wordt een loonwerker ingeschakeld.
Door het goede onderhoud van de terreinen, houden ook de sportvisser en de bezoekers van "het Wanssums Ven" vijver goed schoon. Een goed onderhouden terrein behoort ook bij een goed beheerbeleid van "het Wanssums Ven".

Venray, november 1998
Naar inhoudsopgave.





Copyright: het Alvertje Oostrum 2004/2006/2008/2010/2014/2015/2016/2017